Categorieën

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Tafelbel Burgerhuys

Geelkoperen tafelbel, waarop de naam MICHAEL BURGERHUYS M.F.A.H. staat. Het handvat bestaat uit twee kinderfiguurtjes met de ruggen tegen elkaar. Ze hebben guirlandes in de hand. Het was eerder een klok, maar later is deze omgevormd tot huisbel waarvoor het handvat is afgevijld en er een gat doorheen is geboord. De tafelbel diende om personeel te ontbieden.

Vervaardiger: Burgerhuys, Michael
Vervaardigingsplaats: Middelburg
Datering: 1600 tot 1650
Materiaal: koper
Afmeting: hoogte 16.5 cm, diameter 12.0 cm
Objectnummer: 0510
Eigenaar: Gemeente Schouwen-Duiveland

Gerelateerde voorwerpen

Klokken, kanonnen, bellen
Een tafelbel met de naam van een Zeeuwse klokkengieter erop is iets bijzonders. ‘Michaël Burgerhuys M.F.A.H.’ luidt het opschrift. De letters M.F.A.H. betekenen waarschijnlijk Me Fecit Anni Hujus of Anno Hoc, zodat de tekst
is te vertalen als ‘Michaël Burgerhuys heeft mij gemaakt, in het huidige jaar’. In welk jaar dat was, is niet bekend.
Michaël Burgerhuys werd in 1585 of eerder in Aken geboren. Zijn vader vestigde zich kort daarna in Middelburg als klokken- en geschutsgieter. Michaël volgde hem op. In de eerste helft van de zeventiende eeuw goot hij tal van klokken en kanonnen, ook voor opdrachtgevers op Schouwen-Duiveland. Veel van zijn gietsels zijn in de loop der eeuwen verloren gegaan.
De meeste van zijn kanonnen zijn omstreeks 1800 omgesmolten. Op Schouwen-Duiveland waren in de periode voor de Tweede Wereldoorlog nog vier klokken uit zijn gieterij aanwezig: in Zierikzee een klok uit 1622 en een tweede uit 1634; in Brouwershaven een klok uit 1641; in Nieuwerkerk een klok uit 1645. Twee hiervan zijn tijdens de oorlog verloren gegaan – die uit 1622 en 1641.
Behalve klokken en geschut goot Burgerhuys ook kleine bronzen voorwerpen, zoals de hiernaast afgebeelde tafelbel. Het handvat bestaat uit twee kinderfiguurtjes, ruggelings tegen elkaar aan, met guirlandes in de hand. Later is deze tafelbel omgevormd tot deurbel, waarvoor het handvat gedeeltelijk werd afgevijld en doorboord.
Het had niet veel gescheeld of ook deze kleine bel was omgesmolten. In 1941 moest de bevolking alle voorwerpen van koper, nikkel, tin en lood bij de bezetter inleveren. Het ingezamelde metaal verdween naar Duitsland waar het als grondstof voor de wapenproductie diende. Burgers, bedrijven en overheidsinstellingen kregen de metaalwaarde vergoed. Musea, zoals het Stadhuismuseum, konden ontheffing krijgen als ze het historische belang van hun collectie konden aantonen.
Ze mochten zelfs historisch interessante stukken uit de ingeleverde voorwerpen kiezen en terugkopen van de bezetter. Het museum in Zierikzee kwam op die manier in bezit van tientallen metalen voorwerpen, waaronder deze bel.