Dit herbarium, Latijn voor een verzameling van gedroogde planten, is een van de oudste van Nederland. Waarschijnlijk is het samengesteld in Leiden in de vroege 18de eeuw. Het herbarium telt 371 losse bladen handgeschept papier waarvan 348 met planten. In de vitrine in het museum is slechts een klein aantal bladen te zien. Om de schadelijke invloed van licht te beperken worden ze regelmatig gewisseld met exemplaren uit het depot.
Sinds kort kunt u via deze link alle pagina’s van het herbarium ook online bekijken U hoeft dus niet te wachten tot wij de pagina’s wisselen.
Recent onderzoek door Naturalis wijst uit dat dit herbarium waarschijnlijk in het bezit is geweest van Jacob Ligtvoet. Ligtvoet begint in 1703 in de Leidse Hortus, waar hij van 1723 tot 1752 de hoofdtuinman is. Hij werkt tot 1730 onder Herman Boerhaave (1668-1738). Als tuinman heeft hij de mogelijkheid om planten uit de tuin te verzamelen, zowel inheemse als exotische soorten. Vermoedelijk heeft Ligtvoet het herbarium ook samengesteld.
Dit herbarium is een unieke getuigenis van belangrijke ontwikkelingen in de categorisering van plantensoorten. De beschrijvingen op de oudste etiketten dateren uit een periode lang voor de komst van Carl Linnaeus (1707-1778). Wel 175 planten gaan vergezeld van etiketten met beschrijvingen uit de catalogus die Herman Boerhaave in 1710 en in 1719 publiceert. De catalogus van Boerhaave wordt in de eerste helft van de 18de eeuw in de botanische tuinen van Leiden en Utrecht gebruikt.
Na Ligtvoets dood in 1752 wordt het herbarium verkocht. Het duikt vervolgens op in het bezit van Diederica Schutter (1774-1838), die regelmatig haar familie in Oosterland bezoekt. De familie schenkt dit herbarium in 2008 aan het Stadhuismuseum Zierikzee.
Een deel van de 348 handgeschepte papieren vellen is te vinden in de Thesaurierskamer van het museum.
Lees verder