Gesmolten lood en verglaasde lei afkomstig van het dak van de Sint Lievensmonsterkerk te Zierikzee. Het materiaal is gesmolten door de brand van 6 op 7 oktober 1832 waarbij de kerk verloren gaat. De Sint Lievensmonsterkerk, gebouwd 1454-ca. 1520, was de grootste kerk van Zeeland. De toren blijft bij de brand wel gespaard. Op de plaats van de kerk wordt in de jaren 1835-1848 een nieuwe, neoclassicistische, kerk gebouwd: de Nieuwe Kerk.
De stukjes lood en lei zijn opgeborgen in een glazen stopflesje. Het flesje is afkomstig van Hubrecht Goemans, arts in Zierikzee van 1827 tot 1887 en een verzamelaar van naturalia.