Drie ronde metalen penningen ofwel afslagen, met aan de voorzijde het randschrift: J.T. Dirks Zierikzee. Het zijn de afslagen van arrondissements-ijker Jan Theodoor Dirks (Dordrecht 1833-‘s-Gravenhage 1892). Twee afslagen hebben een perforatie. Op de voorzijde is zesmaal, in verschillende grootte, het eigen merk van Dirks aangebracht: een passer. In het midden van elke passer staat de hoofdletter D. Vier van de merken staan in een cirkel.
Dirks is van 1857 tot en met 1862 ijker in het Arrondissement Zierikzee. Hij controleert inhoudsmaten, ellematen en gewichten en merkt ze bij de keuring. In 1863 wordt hij overgeplaatst naar het Arrondissement Dordrecht en in 1872 naar ‘s-Gravenhage. In 1883 is hij aangesteld als Inspecteur van het IJkwezen.
Drie rechthoekige loden plaatjes van een arrondissement-ijker. Op de plaatjes staat de naam van ijker F.O. Koolman met zijn merkteken en de naam van stad Hulst waar hij werkzaam is. Koolman wordt in 1847 benoemd in Hulst, maar wordt aan het einde van dat jaar overgeplaatst naar Zierikzee. Daar is hij ijker tot 1857. Zijn volgende standplaats is Hoorn.
Lees verder