Categorieën

2233

Gedenkplaat Johan de Huybert (1652-1701)

Messing gedenkplaat met een gegraveerde tekst: DE HEER IAN DE HUYBERT HEERE VAN EVERSWEERT EN NOORTGOUWE ETc. LUYTENANT GENERAEL VAN DE RUYTERYE OBIIT 6 APRIL 1701. De Huybert werd begraven in de kerk van Burgh en het plaatje werd aan zijn kist bevestigd. Er staat ‘Ian’ op gegraveerd, waarmee Johan wordt bedoeld. Johan de Huybert was een telg uit de roemruchte familie De Huybert. Zijn voorouders behoorden in de zestiende eeuw tot de meest vooraanstaande Zierikzeese reders en kooplieden. Zijn vader was raadpensionaris Pieter de Huybert, die in 1671 opdracht gaf tot de bouw van een nieuwe kerk in Burgh.

Vervaardiger: onbekend
Vervaardigingsplaats: onbekend
Datering: 1701 tot 1701
Materiaal: messing
Afmeting: hoogte 9.0 cm, breedte 13.2 cm
Objectnummer: 2233
Eigenaar: Gemeente Schouwen-Duiveland

Gerelateerde voorwerpen

De kist van Ian
Het verhaal achter dit koperen plaatje begint precies 30 jaar voordat het werd gemaakt. In 1671 gaf de hoogste ambtenaar van de provincie Zeeland, raadpensionaris Pieter de Huybert, opdracht tot de bouw van een nieuwe kerk in Burgh. De middeleeuwse kerk die op dezelfde plek had gestaan was een paar jaar eerder met toren en al ingestort. Pieter was een telg van de roemruchte familie De Huybert. Zijn voorouders hadden in de zestiende eeuw tot de meest vooraanstaande reders en kooplui van Zierikzee behoord. Naast raadpensionaris was Pieter ook heer van Burgh en in die hoedanigheid nam hij het initiatief tot nieuwbouw van de kerk. Zijn hoge positie in de provincie zal hem daarbij goed van pas zijn gekomen. De provincie betaalde mee aan de nieuwbouw.
Pieter zorgde dat in de nieuwe kerk een graftombe voor hem en zijn familie werd ingericht. Na zijn dood in 1697 werd hij erin begraven. Vier jaar later werd ook zijn zoon Johan in het familiegraf bijgezet. Dit plaatje werd aan zijn kist bevestigd, kennelijk om verwarring te voorkomen. ‘Ian’ staat erop, waarmee Jan of Johan werd bedoeld. Net als zijn vader had Johan de Huybert (1652–1701) veel aanzien en rijkdom verworven. Hij was zijn vader opgevolgd als heer van Burgh en van nog drie andere dorpen, waarvan twee trouwens in het verleden al door de zee waren verzwolgen. Van die laatste plaatsen bezat hij de rechten dus alleen op papier. Daarnaast was hij luitenant-generaal der cavalerie.
De Huyberts kregen niet alleen een plaats in het familiegraf, voor hen werden ook indrukwekkende marmeren epitafen tegen de binnenmuur van de kerk aangebracht. Nadat in 1709 Johan zijn tweede vrouw, Catharina Cornelia overleed, werd voor het echtpaar een epitaaf in de muur gemetseld, versierd met de wapens van hun kwartieren en afbeeldingen van militaire attributen. Het doel van zo’n monument was natuurlijk kerkbezoekers te herinneren aan de voorname positie van de overleden ambachtsheren. Het sobere koperen plaatje dat – niet zichtbaar – in de kelder op de kist was geschroefd, vormde daarmee een schril contrast. Vermoedelijk is het in de negentiende of de twintigste eeuw tijdens een restauratie van de kist gehaald en daarna in bezit gekomen van jhr. L. Schorer die in de verte verwant was met het geslacht De Huybert. Hij schonk het in 1984 aan het museum.