Categorieën

5791a

Vaandel van rederijkerskamer Bellamy

Schildvormig vaandel van goudbruin fluweel, met rode franje en (oorspronkelijk 5) kwasten, aan een stok met goudkleurige knoppen. Versierd met borduursel in gouddraad, 5 verstrooide bloemen en rondom een goudkanten strook. In het midden een D (lijkt op een harp, of D van Dreischor) met daaromheen gewikkeld een zwarte sjerp. Op de sjerp de jaartallen 1869 en 1889 en BELLAMY.
In 1889 vierde de rederijkerskamer ‘Bellamy’ te Dreischor het twintigjarig bestaan. Voor deze gelegenheid borduurden de dames Jans Verton en Lee Goemans een vaandel, waarmee een groep rederijkers in 1889 voor een foto poseerde. Vermoedelijk verwijst de naam van de kamer naar de Vlissingse dichter Jacobus Bellamy (1757-1786).

Vervaardiger: Verton, mevr. J. en Goemans, mevr. L.
Vervaardigingsplaats: Dreischor
Datering: 1889 tot 1889
Materiaal: hout, fluweel, gouddraad
Afmeting: hoogte 130.5 cm, breedte 100.0 cm, diepte 5.5 cm
Objectnummer: 5791a
Eigenaar: Gemeente Schouwen-Duiveland

Gerelateerde voorwerpen

HOOG IN HET VAANDEL
In 1889 viert de rederijkerskamer Bellamy uit Dreischor haar 20-jarig bestaan. Voor die gelegenheid borduren de dames Jans Verton en Lee Goemans een vaandel. Nog in datzelfde jaar poseren de leden met het vaandel. Hoewel de eerste toneeluitvoering van de kamer plaatsvindt in 1869, houdt men later als oprichtingsdatum 1870 aan.
Rederijkers zijn in eerder eeuwen amateurdichters en literaire kunstenaars die voordrachten houden voor publiek. Vanaf de late middeleeuwen organiseren zij zich in groepen. In de 17de eeuw loopt de rederijkerscultuur in de Noordelijke Nederlanden op zijn einde. Toch worden later nog steeds nieuwe kamers opgericht, bijvoorbeeld voor de uitvoering van hoogwaardig amateurtoneel, zoals Bellamy.
De kamer in Dreischor komt voort uit het in 1850 opgerichte leesgezelschap Nut en Beschaving, net als de vereniging Tot Nut en Genoegen die nog steeds actief is. De kamer is genoemd naar de Vlissingse dichter Jacobus Bellamy (1757-1786).