Categorieën

1401

Schilderij voorstellend het darinkdelven (zoutwinning)

Schilderij op paneel, waarop afgebeeld de werkwijze van het winnen van zout uit veen. De zoutwinning werd ook selnering, moernering of darinkdelven genoemd. In het midden is te zien hoe er bij laag water op de schorren veen, darink, gestoken werd. Met een platboomde roeiboot, schuit of vlet werd het naar de droogplaats gebracht. Na het drogen werden de veenkluiten verbrand, dat is het zelbarnen en dat is links op het schilderij te zien. De zel of as werd door de zoutzieders of pannenlieden met zeewater vermengd tot pekel en in ondiepe metalen pannen op turfvuur ingekookt en zo gezoden tot wit zuiver zout, zie rechts op het schilderij. Het zout werd gedroogd en opgeslagen in de zoutketen. In zwart geschilderde profiellijst met olieverguld binnenprofiel.

Vervaardiger: onbekend
Vervaardigingsplaats: onbekend
Datering: 1540 tot 1550
Materiaal: olieverf op paneel hout
Afmeting: hoogte 96.0 cm, breedte 264.0 cm
Objectnummer: 1401
Eigenaar: Gemeente Schouwen-Duiveland
Categorie:

Gerelateerde voorwerpen

Zout uit veen
In heel Zeeland zit zout veen in de ondergrond. In de Middeleeuwen werd dit opgedolven om er zout uit te winnen. Het schilderij laat zien hoe dat nabij Zierikzee in zijn werk ging. De werkwijze stond bekend als darink-delven. Darink is de oude benaming voor zout veen.
In het midden zijn arbeiders bezig veen op te spitten uit de ondergrond van een zandplaat. Een bootje brengt stukken nat veen naar de wal links op het paneel. Daar worden ze gedroogd en vervolgens verbrand. De as wordt in zakken geschept en voor verdere verwerking naar de zoutketen rechts gebracht. Wat daar gebeurt, is door de schilder niet afgebeeld. In de keten werd de as vermengd met zeewater, waarna dit pekelmengsel in grote pannen boven een vuur aan de kook werd gebracht. Na een tijdje kon wit, zuiver zout uit de pannen worden geschept.
Zout was eeuwenlang een van de belangrijkste producten van Zierikzee. De grondstof, het zoute veen, zat hier ondiep in de bodem en kon gemakkelijk worden opgedolven. Toch is men daar omstreeks 1500 mee gestopt. Het delven vormde een gevaar voor de dijken en werd om die reden door de overheid verboden. Bovendien bleek het goedkoper grof zeezout uit Frankrijk, Portugal en Spanje te importeren. Voor de Zierikzeese zoutketen bleef er dankzij deze invoer voldoende werk. Ook dit buitenlandse zout werd in de keten geraffineerd tot wit en zuiver zout. Tot circa 1650 stonden er tientallen zoutketen bij Zierikzee. Daarna ging de zoutnijverheid achteruit.