Beschoten portretten
In de collectie van het Stadhuismuseum in Zierikzee zijn veel portretten te vinden. Sommigen zijn van belang door de schilder, anderen door de afgebeelde personen, en weer anderen door hun geschiedenis. En heel soms is het een combinatie van alle drie. Dat is het geval bij de door Jacob Lambrechtsz. Loncke geschilderde portetten van Dr. Pieter Haijman (1592-1631) en zijn vrouw Aletta Ockerse (1594-1667). In de Tweede Wereldoorlog werd er aan het verhaal van deze schilderijen een heel bijzonder hoofdstuk toegevoegd.
De kunstschilder Jacob Lambrechtsz. Loncke werd rond 1580 geboren in Zierikzee. Als portrettist had hij vele voorname klanten, zoals Philippe le Mire en zijn vrouw Antoinette Walleran. Hun portretten, geschilderd door Loncke, hangen in het Rijksmuseum. Zijn belangrijke rol als schilder in Zierikzee blijkt uit het feit dat hij in 1618 deken was van het Sint Lucasgilde in Zierikzee. Het Sint Lucasgilde was het kunstenaarsgilde, en de deken was een soort voorman. We weten niet precies wanneer Loncke stierf, maar hij wordt in 1646 nog genoemd in het archief van het Sint Lucasgilde. De collectie van het Stadhuismuseum bevat zijn portretten van de Zierikzeese arts Dr. Pieter Haijman (1592-1631) en zijn vrouw Aletta Ockerse (1594-1667). De werken verschillen wel; dat van Dr. Haijman is in passe-partout geschilderd, maar dat van Aletta Ockerse niet. Een vreemd detail is ook het jaartal op de schilderijen: 1644. Dr. Haijman was toen namelijk al zo’n 13 jaar dood.
Dat zowel schilder als schilderijen belangrijk zijn voor Zierikzee is duidelijk. Wellicht dat jonkheer B.W.F. van Riemsdijk ze daarom aan de gemeente Zierikzee naliet. Na zijn dood lagen de werken tijdelijk in het Rijksmuseum, waar ze in 1943 – midden in de Tweede Wereldoorlog – werden opgehaald door de Zierikzeese wachtmeester Christoffel Cornelis Bruggeman en gemeentebode Willem Sies. Het was een gevaarlijke onderneming; de geallieerden beschoten en bombardeerden regelmatig voertuigen zoals treinen en schepen om problemen voor de vijand te veroorzaken.
Op 13 november 1943 bevonden Bruggeman en Sies zich met de schilderijen op de terugweg, toen de veerboot van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij waarop zij tussen Numansdorp en Zijpe voeren, de ‘Minister C. Lely’, verschillende keren werd beschoten. Sies werd geraakt en na de aanval ontstond er een felle brand op de boot; de twee moesten er alles aan doen om zich te redden. De schilderijen konden ze niet meenemen, en zelfs sommige gewonden en doden bleven achter. Toen het schip tegen een lichtbaken voer, konden Bruggeman en Sies met een aantal passagiers hierop overstappen. Het gevaar was nog niet geweken, maar al snel kwam er een motorschip aan dat de huiverende reizigers oppikte. Net toen iedereen veilig leek, zagen ze nog mensen op het achterdek van het brandende schip staan. Die konden natuurlijk niet worden achtergelaten; Bruggeman en een aantal anderen redden deze mensen, en baanden zich bovendien een weg door de rook om gewonden en doden uit het schip te halen. Uiteindelijk besloot Bruggeman ook nog, met gevaar voor eigen leven, de twee portretten te redden.
Eindelijk konden de schilderijen dus door de gemeente Zierikzee in de collectie worden opgenomen. Zo blijkt, dat zelfs schilderijen die honderden jaren oud zijn nog verloren hadden kunnen gaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zoals Bruggeman op 18 november 1943 aan de burgemeester van Zierikzee schreef: ‘Dit rapport werd uitgemaakt naar aanleiding van een opdracht aan genoemden wachtmeester en gemeente-bode van Zierikzee om in Amsterdam twee oude geschilderde portretten af te halen, die door wijlen Jhr. van Riemsdijk aan de gemeente gelegateerd waren en welke op bovengenoemde wijze met levensgevaar zijn overgebracht en door een wonder ongeschonden zijn aangekomen.’
Bronnen:
Betty Blikman-Ruiterkamp, Twee Zierikzeese schilderijen in oorlogstijd, in: Zeeland, tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, jaargang 13, nr. 1, [maart 2004], 19-22.
P.D. de Vos, De Vroedschap van Zierikzee, van de tweede helft der 16de eeuw tot 1785. Middelburg 1931, p. 196.
Afbeelding ‘Minister C. Lely’ Collectie Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, inv.nr. X 0145W.