Categorieën

1402

Portret van mr. A.J.F. Fokker van Craijestein van Rengerskerke

Geschilderd portret van mr. A.J.F. Fokker van Craijestein van Rengerskerke. Fokker was advocaat en procureur. Daarnaast vervulde hij diverse bestuursfuncties: gemeenteraadslid, wethouder, burgemeester, lid van Provinciale Staten, lid Eerste Kamer, voorzitter van Waterschap Schouwen en voorzitter van de Visscherijen op de Zeeuwsche Stroomen. Op het portret is hij gekleed in het ambtskostuum van de leden van de Staten-Generaal. Fokker ontving zijn portret ter gelegenheid van zijn 25-jarig jubileum als voorzitter van het waterschap Schouwen op 30 september 1912 van de ingelanden.

Vervaardiger: Marke van der Stein, W.
Vervaardigingsplaats: onbekend
Datering: 1920 tot 1930
Materiaal: olieverf op doek hout
Afmeting: hoogte 135.0 cm, breedte 85.5 cm
Objectnummer: 1402
Eigenaar: Gemeente Schouwen-Duiveland
Categorie:

Gerelateerde voorwerpen

Portret A.J.F. Fokker
In de hal onderaan de stenen trap van het Stadhuismuseum Zierikzee hangt een schilderij waarop een grote man in een uniform staat afgebeeld. De man heeft een fraaie snor en ziet er statig uit. Deze man, Abraham Fokker, speelt een belangrijke rol in het verhaal over het Waterschap van Schouwen en later van Duiveland.[1]
Mr. Abraham Jacobus Frederik Fokker van Craijenstein en Rengerskerke (1857-1929) was van 1887 tot 1927 voorzitter van het waterschap Schouwen.[2] Dat was niet louter een erebaan, want Fokker was in 1883 gepromoveerd op een proefschrift over het wanbestuur van het waterschap Schouwen. Na het proefschrift en tijdens zijn carrière schreef hij nog drie boeken over de strijd tegen het water op Schouwen. In het geschiedenisboek Schouwen voor 1600 schreef hij dat geschiedschrijvers na hem altijd de eeuwige strijd tegen het water zouden moeten beschrijven.
Fokker stamde uit een Zierikzeese familie en was een actieve man. Hij was lid van de Provinciale Staten van Zeeland (1892-1913), lid van de Eerste Kamer vanaf 1913, lid van de Zierikzeese gemeenteraad vanaf 1887, wethouder (vanaf 1910), burgemeester van Zierikzee 1916-1929. Hij was ook voorzitter van het bestuur van de Visserijen op de Schelde en Zeeuwse Stromen (1896-1929).
Naast de vele verbeteringen, die hij liet aanbrengen ten aanzien van de kustverdediging, zorgde hij voor innovaties op sociaal gebied. Dankzij hem kwam er een pensioenfonds voor kantonniers, machinisten van het stoomgemaal en hun weduwen. In 1907 liet hij tegen de zin van de ingelanden, de bestuurders van de dijken, een telefoonverbinding aanleggen in ‘s Lands Kamer. Dit was de plek waar de ingelanden vergaderden.
Om de visserij een impuls te geven aan het begin van de twintigste eeuw, haalde hij een aantal vissersfamilies naar Zierikzee door ze goede mosselpercelen in gebruik te geven. Zo kwamen de families Schot, Praet, Kouijzer en Blommaert naar Schouwen-Duiveland. Op de meeste kaarten is de naam niet te vinden, maar de vissers noemen de mosselpercelen tussen het Havenhoofd van Zierikzee tot aan de Heerenkeet nog steeds de Fokkerpercelen.
Het schilderij is een levensecht portret. Fokker kreeg het bij zijn 25-jarig jubileum als voorzitter van waterschap Schouwen op 30 september 1912 van de ingelanden.
Het schilderij is ondertekend met W. Markestein. Dat was niet de echte naam van de schilder. Eigenlijk heette hij Willem Frederik Welter (1895-1939). Markestein was de familienaam van zijn tweede vrouw, Maria Alida Markestein. Vanaf 1922 schildert hij onder die naam, omdat hij daarnaast een kunsthandel drijft.

[1] Het zou tot 1957 duren voordat de verschillende waterschappen samen gingen werken in het Waterschap Schouwen-Duiveland.
[2] De Rand van ’t Land