Mallenmodel van een Antwerpse knots, de A 4. De knots was vooral voor de palingvisserij op de Westerschelde in gebruik. De scheepsromp met de lange zijzwaarden toont een duidelijke verwantschap met de Nederlandse scheepstypen. De tuigage, waarvan het grootzeil gedeeltelijk is opgegeid, lijkt met de lange, rechte zware gaffel en de ontbrekende giek sterk op het oude, staande gaffeltuig, dat in de zeventiende eeuw en later in gebruik was op de statenjachten. Twee gaarden, lopend van de piek van de gaffel naar het achterschip, houden de zware gaffel in bedwang. Evenals bij de Arnemuider hoogaars wordt hier door geien het zeiloppervlak verminderd. De knots werd ook gebruikt voor de garnalenvangst in de geulen van Saaftinge. De garnalen werden niet aan boord gekookt, maar in een bun gedaan en vers op de markt in Antwerpen aangevoerd. Het mallenmodel bestaat uit losse onderdelen: model, standaard, drie loopgangen, spier, roer en helmstok en een kluiverboom. Er zijn drie losse langenden. Een blok ontbreekt (tuigage).