Bakker, winkelier, kunstenaar?
Omstreeks 1860 adverteerde banketbakker Jordaan de Haan elk jaar in december
in de Zierikzeesche Nieuwsbode met gebak, suikerwerk, boterletters, chocolade en vanille-ijs. Zijn klanten zullen in de decembermaand ook weleens speculaaskoeken hebben gekocht die met de hiernaast afgebeelde koekvormen waren gemaakt. Het museum bezit zeven houten vormen die door Jordaan werden gebruikt. Hij kon er koek en suikerwerk mee bakken in de vorm van dieren, een koets, een ladder en mensfiguren. De planken zijn gemerkt met zijn initialen I.D.H. Toen de vormen twee generaties later, in 1932, aan het museum werden geschonken, vertelde de schenker erbij dat Jordaan de figuren zelf had gesneden.
Jordaan de Haan was oorspronkelijk uit Dordrecht afkomstig. Een maand na zijn huwelijk in 1827 vestigde hij zich in Zierikzee, waar hij een bestaande banketbakkerij annex kruidenierswinkel overnam. Net als zijn voorganger verkocht Jordaan naast koek en gebak allerhande kruidenierswaren, van likeur tot stijfsel. Verder exploiteerde hij nog een paardenstalling. In 1862 overleed zijn vrouw. Acht jaar later – Jordaan was toen 66 – hertrouwde hij met de Zierikzeese Hendrika Jansons, die precies de helft jonger was. Jordaan werd zelfs nog vader, op zijn zevenenzestigste. Eerst in 1875 verkocht hij zijn zaak wegens vergevorderde leeftijd. Een jaar later overleed hij, 72 jaar oud.
Heeft Jordaan zijn koekvormen inderdaad zelf gesneden, zoals de schenker in 1932 beweerde? Dat is achteraf gezien niet aannemelijk: de ruwe manier waarop hij zijn initialen in de plankjes kerfde, doet vermoeden dat hij niet zo’n vaardige houtsnijder was. Waarschijnlijk heeft hij de vormen overgenomen van zijn voorganger.