Categorieën

2243

Gefossiliseerde hyenakeutel

De gefossiliseerde keutel (coproliet) van een grottenhyena (Crocuta spelea) uit de Pleistocene tijd. De grottenhyena is vooral een aaseter: favoriet zijn de beenderen en het vlees van mammoeten en van wolharige neushoorns. Door de grote hoeveelheid botmateriaal in hun poep, fossiliseren drollen van hyena’s heel gemakkelijk.
Deze is opgevist uit de Oosterschelde door het genootschap Kor en Bot uit Zierikzee.

Vervaardiger: n.v.t.
Vervaardigingsplaats: n.v.t.
Vindplaats: Oosterschelde
Datering: -11800 tot -126000
Materiaal: gefossiliseerd materiaal
Afmeting: hoogte 5.5 cm
Objectnummer: 2243
Eigenaar: Gemeente Schouwen-Duiveland

Gerelateerde voorwerpen

Coprolieten
Oude sporen van een hyena
Versteende hyenakeutels worden in de wereld van de wetenschap coprolieten genoemd. Ze zien eruit als ronde stenen, dat zijn het echter niet. Het zijn keutels die doordat ze in de grond terecht kwamen, zijn versteend. Daar is lange tijd over heen gegaan. De keutels uit het Stadhuismuseum zijn 1.9 miljoen jaar oud. Ze zijn te bewonderen in de Thesaurierskamer van het museum.
Hoe komt het Stadhuismuseum aan die keutels? De keutels zijn opgevist uit de Oosterschelde uit een 45 meter diepe put. In die put zitten overblijfselen van de tijd dat de Oosterschelde land was, het Pleistoceen. Het land, een droge steppe, liep door tot aan het huidige Groot Brittannië. In die tijd leefden er in de huidige Oosterschelde ook slurfdieren, tijgers, beren en muizen.

De overblijfselen zijn versteend doordat er relatief veel kalk in de uitwerpselen zit. Dit komt omdat hyena’s dierlijke resten eten. Om die reden zijn er geen vlaaien van de mammoet terug te vinden, want die aten uitsluitend plantaardig.