Categorieën

1506

Prijspenning Teylers Godgeleerd Genootschap

Prijspenning van het Haarlemse Teylers Godgeleerd Genootschap in palmhouten cassette, in 1786 uitgereikt aan Johannes van Voorst (1757-1833), predikant te Zierikzee in de periode 1781-1788. Van Voorst schreef een indrukwekkende verhandeling naar aanleiding van een prijsvraag, uitgeschreven door het genootschap. Op de voorkant van de penning staat de tekst ‘waare godsdienst-kennis bloeyt door vryheid’ en het oprichtingsjaar van het genootschap, 1778. Rechts wijst een vouw op de bijbel en links staat een persoon met een staf waaraan een Frygische muts is bevestigd, een in die tijd bekend vrijheidssymbool.

Vervaardiger: Holtzhey, Johann Georg
Vervaardigingsplaats: Amsterdam
Datering: 1786 tot 1786
Materiaal: zilver palmhout
Afmeting: diameter 5.0 cm
Objectnummer: 1506
Eigenaar: Gemeente Schouwen-Duiveland
Categorie:

Gerelateerde voorwerpen

Prijs voor predikant
Meedoen aan een wedstrijd en winnen! Dat overkwam Johannes van Voorst. Tussen 1781 en 1788 was hij een van de vijf predikanten in Zierikzee. Van Voorst studeerde theologie te Leiden en stond eerst in de Gelderse plaatsen Hall en Wageningen. In 1786 deed hij mee aan de prijsvraag die het Haarlemse Teylers Godgeleerd Genootschap jaarlijks uitschreef.
De onnavolgbare titel van zijn inzending luidde: Verhandeling ten betoge van de dwaasheid der twijfelzucht en onbezonnenheid van het meesterachtige beslissen omtrent godsdienstige voorstellen, nevens aanwijzing van den veiligen middelweg tusschen deze beide uitersten. Hiermee won hij de afgebeelde zilveren penning.
Op de voorkant lezen we: ‘waare godsdienst- kennis bloeyt door vryheyd’ en het oprichtingsjaar van het Teylers Genootschap, 1778. Rechts wijst een vrouw op een opengeslagen boek: de Bijbel. Links staat een persoon met een staf waaraan een Frygische muts is bevestigd, een indertijd bekend vrijheidssymbool. Op de grond ligt een gebroken juk. Het geheel wordt beschenen door de zonne der gerechtigheid. Van Voorst zijn verhandeling trok zoveel aandacht dat hij in 1788 gevraagd werd een leerstoel te bekleden aan de universiteit te Franeker. De Zierikzeese kerkenraad voldeed ‘met smerte’ aan zijn verzoek om ontslag. Lang bleef Van Voorst niet in Franeker; de politieke situatie deed hem besluiten te vertrekken. Hij nam een beroep aan als predikant te Arnhem, maar toen hij in 1799 werd gevraagd een leerstoel in Leiden te bekleden, accepteerde hij dit aanbod onmiddellijk. Daar werkte hij tot zijn emeritaat in 1827. Johannes van Voorst, zoon van een schoenmaker, schopte het ver.