Categorieën

1346

Portret van mr. Anthony Ockersse

Portret van Mr. Anthony Ockersse (1702-1758), regent te Zierikzee. Hij was gehuwd met Johanna Lonque.

Vervaardiger: Spinny, Guillaume Jean
Vervaardigingsplaats: onbekend
Datering: 1740 tot 1750
Materiaal: olieverf op doek hout
Afmeting: hoogte 103.3 cm, breedte 87.3 cm
Objectnummer: 1346
Eigenaar: Gemeente Schouwen-Duiveland
Categorie:

Gerelateerde voorwerpen

Ware regent
Je ziet het in een oogopslag: dit is niet zomaar iemand. Nee, Anthonie Ockersse (1702–1758) stamde uit een voornaam Zierikzees regentengeslacht en was dus deftig van nature! Zoals het een man van zijn stand betaamde studeerde hij rechten in Leiden en Utrecht.
Na in Zierikzee te zijn teruggekeerd huwde hij, tweeëntwintig jaar oud, een jongedame van gegoede afkomst: Johanna Lonque, dochter van Charles Lonque, heer van Oosterland, Sirjansland en Oosterstein. De jonge Anthonie maakte snel carrière in het bestuur van zijn geboortestad. Hij werd raad, heemraad, pensionaris, weesmeester, burgemeester – in totaal vervulde hij maar liefst dertien verschillende openbare functies.
Bij zo’n succesvolle loopbaan hoort een portret met adellijke allure, moet Anthonie hebben gedacht toen hij de beroemde kunstenaar Guillaume de Spinny voor deze klus vroeg. Deze uit de Zuidelijke Nederlanden afkomstige schilder werkte veel en vaak voor leden van de adellijke stand. Hij heeft zelfs diverse malen stadhouder Willem V vereeuwigd. Het zal Anthonie een aardige duit hebben gekost, maar het portret zal hem zeker de gewenste status en aanzien hebben opgeleverd. De Spinny legde Anthonie vast in een plechtstatige houding met zijn rechterhand in zijn jas. Zijn uitgestreken gezicht straalt de distantie van de ware regent uit.
Ook anderszins gedroeg Anthonie zich als een geslaagd patriciër. Enkele kilometers ten noorden van Zierikzee, in Schuddebeurs, had hij een buitenverblijf: Mon Plaisir. Hij verfraaide het landhuis en liet een theekoepel aanbouwen, waarvan de muren werden voorzien van goudleerbehang. Rondom lagen een mooie tuin en een groot park. Hij jaagde graag in de omgeving – een activiteit die vroeger alleen aan de adel was voorbehouden. Naar verluidt tuinierde hij ook, wat overigens niet is te zien aan zijn lange, sierlijke vingers die opvallend tegen zijn mooie zwarte jas afsteken. De prachtige kanten manchetten en fraaie halsdoek zal hij dan wel niet hebben gedragen. Of misschien ook wel, want hij had uiteraard tuinlieden en hoefde slechts toezicht te houden.